Stadsduiven krijgen tracker voor onderzoek, volgende fase brengt onderzoekers naar de riolen

Antwerpse stadsduiven dragen sinds kort een minuscuul rugzakje. Onderzoekers willen zo in kaart brengen waar de dieren zich verplaatsen en welke ziektes ze mogelijk verspreiden. Het project wordt omschreven als een belangrijke stap in het stedelijke gezondheidsbeleid, en krijgt een vervolg.

De duiven zelf werken naar behoren mee, al plaatsen de onderzoekers daar een kanttekening bij. “Ze vliegen vooral heen en weer tussen het Astridplein en de frituur,” klinkt het. “We hadden op iets meer variatie gehoopt, maar de data zijn wat ze zijn.”

Na de duif komt de rat aan de beurt. Die geldt als minstens even relevant voor de verspreiding van ziektes, maar leeft op plaatsen die de wetenschap tot nog toe links liet liggen. “De duif komt naar u toe,” verduidelijkt een onderzoeker. “De rat niet. Bij de rat moet u zelf gaan.”

Concreet betekent dit dat het team vanaf het najaar afdaalt in het Antwerpse rioolstelsel, met waadpakken, hoofdlampen en driehonderd rugzakjes in een kleinere maat. Op de vraag wie die taak op zich neemt, verwijst men naar de doctoraatsstudenten. “Veldwerk is een essentieel onderdeel van de opleiding,” klinkt het. “Dat staat ook zo in de vacature, zij het beknopt.”

“De duif komt naar u toe. De rat niet. Bij de rat moet u zelf gaan.”

De studenten zelf reageren naar omstandigheden gelaten. “Toen ik voor biologie koos, dacht ik aan de Galápagos,” zegt een van hen. “Het is de Brederodestraat geworden, twee meter lager.”

Het onderzoek loopt tot eind volgend jaar. Wat er daarna gemeten wordt, is nog niet beslist, al circuleert binnen de faculteit de vaststelling dat de muggen ook nog nooit in kaart zijn gebracht.